Rompzenuwen (intercostaal, sympathisch, n. vagus)
Ruggenmerg (Medulla spinalis)
Medulla spinalis
- Origo
- Zet de medulla oblongata voort vanaf het foramen magnum, ter hoogte van de bovenrand van de atlas
- Insertie
- Eindigt bij de volwassene als conus medullaris ter hoogte van wervel L1-L2; daaronder lopen alleen het filum terminale en de cauda equina verder in de durazak
- Functie
- Geleidt de motorische banen van de hersenen naar romp en ledematen (tractus corticospinalis) en de sensorische banen terug (achterstrengen voor tast, vibratie en proprioceptie; tractus spinothalamicus voor pijn en temperatuur), en sluit segmentale reflexen zelfstandig, zonder tussenkomst van de hersenen
- Innervatie
- Zelf centraal zenuwstelsel; geeft 31 paar spinale zenuwen af (8 cervicaal, 12 thoracaal, 5 lumbaal, 5 sacraal, 1 coccygeaal) via de voorste en achterste wortels
- Beweging & keten
- Beweegt mee in het wervelkanaal bij flexie en extensie van de wervelkolom en wordt in flexie enkele millimeters uitgerekt
- Palpatie
- Niet palpabel; ligt in het wervelkanaal. Klinisch beoordeeld via reflexen, spierkracht, een sensibel niveau op de romp en beeldvorming (MRI)
- Klinisch
- Dwarslaesie (compleet of incompleet, met een sensibel niveau; boven Th1 ook uitval van de armen, boven C4 van het diafragma en daarmee van de ademhaling), cervicale myelopathie bij kanaalstenose (spastische parese, gangstoornis, teken van Babinski), syndroom van Brown-Sequard bij een halfzijdige laesie (ipsilateraal verlies van kracht en proprioceptie, contralateraal verlies van pijn- en temperatuurzin), syringomyelie, en spinale shock in de eerste fase na een acuut trauma. Dat het merg bij L1-L2 ophoudt is precies de reden dat een lumbaalpunctie veilig onder dat niveau gebeurt.
- Segmentale innervatie
- 31 segmenten: C1-C8, Th1-Th12, L1-L5, S1-S5 en Co1
- In de zorgpraktijk
- Neurologisch niveau bewaken na trauma of operatie (ASIA-classificatie), wervelkolomimmobilisatie tot letsel is uitgesloten, blaas- en darmzorg en decubituspreventie bij een dwarslaesie, en het herkennen van autonome dysreflexie bij laesies boven Th6
- Regio in het model
- Rompzenuwen (intercostaal, sympathisch, n. vagus)