Rompzenuwen (intercostaal, sympathisch, n. vagus)
Streng van Burdach (Fasciculus cuneatus)
Fasciculus cuneatus
- Origo
- Laterale deel van de achterstreng, opgebouwd uit de achterwortels van Th6 tot C1; bestaat daardoor pas vanaf ongeveer Th6 naar boven
- Insertie
- Eindigt in de nucleus cuneatus in het verlengde merg en loopt via de gekruiste lemniscus medialis door naar de thalamus
- Functie
- Voert fijne tastzin, vibratiezin en bewuste proprioceptie van de bovenste lichaamshelft, arm en hand ongekruist omhoog
- Innervatie
- Somatosensibel, ongekruist tot in de medulla oblongata
- Beweging & keten
- Geeft de standspositie van arm en hand door
- Palpatie
- Niet palpabel; getest met vibratiezin en positiezin van de vingers en met stereognosie
- Klinisch
- Verlies van fijne tastzin en positiezin in de handen bij cervicale achterstrengschade, bijvoorbeeld bij funiculaire myelose of cervicale myelopathie; de patiënt herkent voorwerpen niet meer op de tast. Dat de streng pas boven Th6 bestaat verklaart waarom hij in het model alleen in het bovenste deel van het merg zichtbaar is.
- Segmentale innervatie
- Voert de segmenten boven Th6, dus C1-Th6
- In de zorgpraktijk
- Stereognosie en positiezin van de vingers testen, en aandacht voor snij- en brandwonden bij een verminderde handsensibiliteit
- Regio in het model
- Rompzenuwen (intercostaal, sympathisch, n. vagus)