Corpus3D

Gewrichten

Tussenwervelschijf (symphysis intervertebralis)

De verbinding tussen twee wervellichamen: een anulus fibrosus van gelaagde ringen om een waterrijke nucleus pulposus. Samen met de twee facetgewrichten vormt hij het bewegingssegment. De schijven maken samen ongeveer een kwart van de lengte van de wervelkolom uit.

Gewrichtstype
Symfyse (junctura cartilaginea), geen kapsel en geen gewrichtsholte
Lichaamsdeel
Wervelkolom
Latijnse naam
Symphysis intervertebralis

Bewegingen, assen en normaalwaarden

Beweging Vlak As Normaalwaarde Eindgevoel
Flexiesagittaalwisselend per niveauper segment lumbaal 8-13 graden, cervicaal ruimer, thoracaal het minststug elastisch (band)
Lateroflexiefrontaalsagittaal (anteroposterieur)per segment 3-6 graden, altijd gekoppeld aan rotatiestug elastisch (band)
Rotatietransversaallongitudinaallumbaal slechts 1-2 graden per segment, thoracaal aanzienlijk meerstug elastisch (band)
Close-packed positie
Maximale extensie
Rustpositie (loose-packed)
Middenstand van het segment
Capsulair patroon
Geen kapsel, dus geen capsulair patroon; de beperking volgt het patroon van het bewegingssegment als geheel.
Artrokinematiek
De nucleus gedraagt zich als een waterkussen: bij flexie wijkt hij naar dorsaal, bij extensie naar ventraal, en de anulusvezels aan de rekzijde spannen aan. Onder belasting perst de schijf vocht uit en wordt hij lager; 's nachts zuigt hij dat weer op, wat het lengteverschil van ongeveer twee centimeter over een etmaal verklaart.
Stabiliteit
De anulus zelf, plus het lig. longitudinale anterius dat de extensie remt en het lig. longitudinale posterius dat de flexie remt. Dat laatste is lumbaal smal, en juist daar puilt een schijf dan ook posterolateraal uit.
Palpatie
Niet te palperen. De hoogte van een segment schat je af aan de afstand tussen twee processus spinosi; de lijn tussen de hoogste punten van de cristae iliacae wijst ongeveer L4 aan en dient als telpunt.
Klinisch
Een hernia nuclei pulposi is doorbraak van nucleusmateriaal door de anulus, meestal posterolateraal en meestal op L4-L5 of L5-S1, met prikkeling van de zenuwwortel eronder. Beeldvorming zegt weinig zonder klachten: uitpuilende schijven komen bij mensen zonder pijn even vaak voor. Degeneratie op zich is geen ziekte maar veroudering.
Bron
Speciële anatomie van het houdings- en bewegingsapparaat (HU, 2013); BOKS anatomie Levensfasen (HU, 2024)

Aandoeningen