Wervelkolom
Lumbosacraal radiculair syndroom (LRS)
- Ontstaan
- Prikkeling of compressie van een lumbosacrale zenuwwortel, meestal door een discushernia die posterolateraal uitpuilt en de wortel raakt die één niveau lager het foramen verlaat.
- Herkenning
- De richtlijn omschrijft LRS als pijn in de bil of uitstralend in het been, met een of meer verschijnselen die op een specifieke wortel wijzen: paresthesieën, hypesthesie, parese of verlaagde reflexen. Het neurologisch onderzoek omvat pijndistributie, vinger-vloerafstand, de test van Lasègue, spierkracht, sensibiliteit en reflexen.
- Beloop
- Een vinger-vloerafstand van meer dan 25 centimeter geldt in de richtlijn als positief. Bij ernstige motorische uitval (MRC-score 3 of lager) of ernstige pijn (NPRS 8 of hoger) volgt verwijzing naar de huisarts; de overige patiënten worden na twee tot vier dagen opnieuw beoordeeld.
- Wat de richtlijn aanbeveelt
- De richtlijn vraagt bij een vermoeden van LRS altijd een neurologisch onderzoek, en alert te zijn op kenmerken van een ernstig neurologisch probleem. Wijdverspreide neurologische symptomen of piramidale tekenen horen bij een neurologisch noodgeval.
Structuren
Betrokken gewrichten
Klinische tests
Bronnen
- Swart NM, Apeldoorn AT, Conijn D, Meerhoff GA, Ostelo RWJG (red.). KNGF-richtlijn Lage rugpijn en lumbosacraal radiculair syndroom. Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie / VvOCM. Amersfoort. 2021 https://www.kngf.nl/kennisplatform