Wervelkolom
Lage rugpijn
- Ontstaan
- In verreweg de meeste gevallen is er geen aanwijsbare structuur die de pijn maakt. De richtlijn spreekt daarom van lage rugpijn zonder specifieke oorzaak, en richt zich op beperkingen in het bewegend functioneren in plaats van op een weefsel.
- Herkenning
- De richtlijn vraagt eerst de rode vlaggen na te lopen: kenmerken die kunnen wijzen op een fractuur, infectie, tumor of inflammatoire aandoening, of op een neurologisch noodgeval. Urineretentie, incontinentie of ernstige motorische uitval zijn spoedindicaties.
- Beloop
- De richtlijn laat het beloop bepalen door prognostische factoren, niet door de duur van de klacht. Eerdere episoden, hoge pijnintensiteit, beenpijn, bewegingsangst, catastroferen en werkgerelateerde factoren voorspellen aanhoudende klachten.
- Wat de richtlijn aanbeveelt
- De richtlijn deelt in op risico op aanhoudende klachten en kiest daar een behandelprofiel bij. Bij een laag risico volstaat voorlichting en het bevorderen van bewegen; bij een hoog risico horen de psychosociale factoren expliciet in de behandeling.
Structuren
Betrokken gewrichten
- Facetgewrichten (artt. zygapophysiales)
- Tussenwervelschijf (symphysis intervertebralis)
- Sacro-iliacaal gewricht (art. sacroiliaca)
Klinische tests
Bronnen
- Swart NM, Apeldoorn AT, Conijn D, Meerhoff GA, Ostelo RWJG (red.). KNGF-richtlijn Lage rugpijn en lumbosacraal radiculair syndroom. Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie / VvOCM. Amersfoort. 2021 https://www.kngf.nl/kennisplatform