Corpus3D

Onderste extremiteit

Dijbeenzenuw (Nervus femoralis)

Nervus femoralis

Origo
Grootste tak van de plexus lumbalis, ontspringt uit de spinale wortels L2, L3, L4
Insertie
Daalt af tussen de m. psoas major en m. iliacus, passeert onder het ligamentum inguinale door de lacuna musculorum en splitst in het trigonum femorale in spiertakken en sensibele takken
Functie
Motorisch: alle ventrale dijbeenspieren (m. iliopsoas, m. pectineus, m. sartorius, m. quadriceps femoris); Sensibel: voorzijde en mediale zijde van het bovenbeen (rami cutanei anteriores) en via de n. saphenus het mediale onderbeen en voet
Innervatie
Grote gemengde zenuwstam voor heupflexie, knie-extensie en voorste beensensibiliteit
Beweging & keten
Cruciaal voor actieve kniestrekking (stabilisatie bij traplopen en opstaan uit een stoel) en heupbuiging
Palpatie
Palpabel direct onder het ligamentum inguinale, net lateraal van de arteria femoralis in de lies (NAV-volgorde: Nerve, Artery, Vein van lateraal naar mediaal)
Klinisch
Femoralisparese (kniedoorzakken door paralyse van de quadriceps, onvermogen om trappen op te lopen), retroperitoneaal hematoom (bijv. na antistolling of psoasbloeding), kniepeesreflex (L3–L4) afwezig
Segmentale innervatie
Spinale wortels L2, L3, L4
In de zorgpraktijk
Kniepeesreflex (L3-L4 patellapeesreflex) testen; doelwit voor femorale zenuwblokkade (femoral nerve block) onder echogeleiding voor postoperatieve analgesie na knieprotheses
Regio in het model
Onderste extremiteit

Verwante structuren

Tests die hierop uitkomen

Aandoeningen waar dit bij langskomt