Gewrichten
Sacro-iliacaal gewricht (art. sacroiliaca)
De krachtoverdracht tussen romp en benen loopt hierdoorheen. Het gewricht beweegt nauwelijks maar moet enorme krachten dragen, en doet dat door vormsluiting (de ruwe, in elkaar grijpende vlakken) plus krachtsluiting (spanning van spieren en banden).
- Gewrichtstype
- Deels synoviaal, deels syndesmose (amfiartrose), zeer kleine uitslag
- Lichaamsdeel
- Bekken
- Latijnse naam
- Articulatio sacroiliaca
Bewegingen, assen en normaalwaarden
| Beweging | Vlak | As | Normaalwaarde | Eindgevoel |
|---|---|---|---|---|
| Nutatie (voorwaartse kanteling van het sacrum) | sagittaal | transversaal door S2 | 2-4 graden | hard-elastisch |
| Contranutatie | sagittaal | transversaal door S2 | 1-2 graden | hard-elastisch |
- Close-packed positie
- Nutatie: de stand waarin de vormsluiting maximaal is
- Rustpositie (loose-packed)
- Contranutatie
- Capsulair patroon
- Geen klassiek capsulair patroon; pijn bij provocatie in plaats van bewegingsverlies
- Artrokinematiek
- Minimale translatie en rotatie over ruwe, in elkaar passende vlakken. Vormsluiting komt van de botvorm zelf, krachtsluiting van de m. gluteus maximus met de contralaterale m. latissimus dorsi via de fascia thoracolumbalis, en van de m. transversus abdominis en de bekkenbodem.
- Stabiliteit
- Lig. sacroiliaca anteriora, posteriora en interossea (de sterkste banden van het lichaam), plus het lig. sacrotuberale en het lig. sacrospinale die de nutatie begrenzen.
- Palpatie
- Spina iliaca posterior superior als kuiltje; het gewricht ligt er direct mediaal en diep onder.
- Klinisch
- Bekkenpijn tijdens en na de zwangerschap; de diagnose leunt op een cluster provocatietests (Laslett: distractie, compressie, thigh thrust, sacraal thrust en Gaenslen), waarbij drie van de vijf positief moeten zijn; sacroiliitis bij axiale spondyloartritis.
- Bron
- Vleeming et al., Movement, Stability and Lumbopelvic Pain; Laslett, Evidence-Based Diagnosis and Treatment of the Painful SI Joint