Corpus3D

Gewrichten

Patellofemoraal gewricht (art. patellofemoralis)

De achterkant van de patella tegen de facies patellaris van het femur. Het is geen zelfstandig gewricht maar een katrol: de patella verlengt de momentarm van de quadriceps met ongeveer een derde, zodat je met dezelfde spierkracht meer extensiemoment maakt.

Gewrichtstype
Glijgewricht binnen het kniekapsel, één graad van vrijheid met geleide translatie
Lichaamsdeel
Knie
Latijnse naam
Articulatio patellofemoralis

Bewegingen, assen en normaalwaarden

Beweging Vlak As Normaalwaarde Eindgevoel
Glijden van de patellasagittaaltransversaal (mediolateraal)5-7 cm distale verplaatsing van volledige extensie naar volledige flexieelastisch
Translatiefrontaalsagittaal (anteroposterieur)mediolaterale verplaatsing van ongeveer een kwart patellabreedte bij gestrekte kniestug elastisch (band)
Close-packed positie
Ongeveer 90 graden knieflexie, waar het contactvlak het grootst is
Rustpositie (loose-packed)
Volledige extensie, waarbij de patella boven de trochlea zweeft
Capsulair patroon
Geen eigen capsulair patroon: het gewricht deelt het kapsel met het kniegewricht en volgt dat patroon.
Artrokinematiek
De patella glijdt distaal bij flexie en proximaal bij extensie, en kantelt daarbij om een transversale as. Het contactvlak wandelt: bij 20 graden raakt alleen de distale pool, bij 90 graden het proximale deel. De contactdruk loopt daardoor op tot enkele malen het lichaamsgewicht bij traplopen.
Stabiliteit
Passief de diepte van de trochlea en het laterale retinaculum, actief de m. vastus medialis obliquus die de patella mediaal houdt. De Q-hoek bepaalt hoeveel lateraliserende kracht de quadriceps uitoefent.
Palpatie
Met ontspannen quadriceps is de patella zijwaarts te verschuiven; onder de mediale rand zijn de facetten te bereiken. Krepitatie bij actief strekken tegen weerstand voel je met de vlakke hand op de patella.
Klinisch
Patellofemoraal pijnsyndroom is de meest voorkomende knieklacht bij hardlopers: pijn rond of achter de patella bij traplopen, hurken en langdurig zitten. Laterale luxatie treedt op bij een ondiepe trochlea of een grote Q-hoek, meestal bij flexie met valgus en exorotatie van het onderbeen.
Bron
Speciële anatomie van het houdings- en bewegingsapparaat (HU, 2013); Reader kinesiologie (HU, 2016); Kapandji, Physiologie articulaire deel 2

Aandoeningen