Gewrichten
Heupgewricht (art. coxae)
Het tegenbeeld van de schouder: een diepe kom die de kop meer dan de helft omvat, versterkt door het labrum en door de sterkste banden van het lichaam. Stabiliteit wint het hier van beweeglijkheid, want het gewricht draagt bij eenbenige stand ongeveer drie keer het lichaamsgewicht.
- Gewrichtstype
- Kogelgewricht met diepe kom (art. cotylica), drie graden van vrijheid
- Lichaamsdeel
- Heup
- Latijnse naam
- Articulatio coxae
Bewegingen, assen en normaalwaarden
| Beweging | Vlak | As | Normaalwaarde | Eindgevoel |
|---|---|---|---|---|
| Flexie | sagittaal | transversaal | 0-120 graden met gebogen knie, 0-90 met gestrekte knie | week (weke delen) |
| Extensie | sagittaal | transversaal | 0-20 tot 30 graden | elastisch |
| Abductie | frontaal | sagittaal | 0-45 graden | elastisch |
| Adductie | frontaal | sagittaal | 0-30 graden | week tot elastisch |
| Exorotatie | transversaal | longitudinaal door caput femoris | 0-45 graden | elastisch |
| Endorotatie | transversaal | longitudinaal door caput femoris | 0-45 graden | elastisch |
- Close-packed positie
- Extensie met endorotatie en abductie
- Rustpositie (loose-packed)
- 30 graden flexie, 30 graden abductie, lichte exorotatie
- Capsulair patroon
- Endorotatie het sterkst beperkt, dan flexie en abductie; extensie relatief het minst beperkt
- Artrokinematiek
- Convex caput femoris in concaaf acetabulum: rol en glijden lopen tegengesteld. Bij flexie rolt de kop ventraal en glijdt hij dorsaal. Blijft dat dorsale glijden uit, dan ontstaat anterieure klemming (impingement) en pijn in de lies.
- Stabiliteit
- Het lig. iliofemorale (Y-band van Bigelow, remt extensie en houdt de rechtopstaande mens vrijwel zonder spieractiviteit overeind), het lig. pubofemorale (remt abductie en exorotatie) en het lig. ischiofemorale (remt endorotatie). Het labrum verdiept de kom en houdt het gewricht op onderdruk.
- Palpatie
- Trochanter major lateraal, spina iliaca anterior superior en het tuber ischiadicum als richtpunten; het gewricht zelf ligt te diep om direct te palperen.
- Klinisch
- Coxartrose met het klassieke capsulaire patroon; femoroacetabulair impingement (cam en pincer) bij jonge sporters; labrumletsel; bursitis trochanterica en gluteale tendinopathie, die zijpijn geeft zonder gewrichtsbeperking.
- Bron
- Kapandji, Physiologie articulaire deel 2; Neumann, Kinesiology of the Musculoskeletal System; Magee, Orthopedic Physical Assessment
Klinische tests
- FABER-test
- FADIR-test
- Trendelenburg-test
- Thomas-test
- Squeeze test van de adductoren
- Enkelzijdige adductortest