Bovenste extremiteit
Handwortelbeentjes
Ossa carpi
- Origo
- Bestaat uit 8 beentjes in twee rijen: proximaal (Scaphoideum, Lunatum, Triquetrum, Pisiforme) en distaal (Trapezium, Trapezoideum, Capitatum, Hamatum)
- Insertie
- Aanhechting voor intrinsieke handspieren (thenar, hypothenar), flexor/extensor retinacula en collaterale banden
- Functie
- Vormt de beweeglijke en stabiele boogconstructie van de pols en de basis van de carpale tunnel
- Innervatie
- N. medianus, n. ulnaris en n. radialis (r. profundus)
- Beweging & keten
- Polsflexie, extensie, radiaal- en ulnairdeviatie, en complexe glijdbewegingen tussen de carpaalrijen
- Palpatie
- Os pisiforme (mediaal volair) en os scaphoideum (in de tabatière anatomique) zijn uitstekend te palperen
- Klinisch
- Scaphoideumfractuur (meest voorkomende carpaalfractuur, risico op avasculaire necrose); Lunatumluxatie; Carpaal Tunnelsyndroom (CTS)
- Segmentale innervatie
- C6–Th1
- In de zorgpraktijk
- Onderzoek van drukpijn in de anatomische snuifdoos (tabatière anatomique) bij verdenking op scaphoïdfractuur
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit