Bovenste extremiteit
Klein veelhoekig been
Os trapezoideum
- Origo
- Kleinste bot van de distale rij, wigvormig met de brede kant naar dorsaal. Ingeklemd tussen het trapezium, het capitatum, het scaphoid en de basis van het tweede middenhandsbeentje.
- Insertie
- Aanhechting van de trapeziotrapezoidale en trapezoideocapitale banden en van een deel van de m. flexor pollicis brevis.
- Functie
- Verankert de tweede straal en vormt daarmee met het capitatum de vaste centrale pijler waaromheen de hand zich vouwt.
- Innervatie
- N. interosseus posterior (gewrichtstakjes, C6-C7)
- Beweging & keten
- Vrijwel onbeweeglijk: het carpometacarpale gewricht van de wijsvinger laat maar enkele graden toe, en dat is precies de bedoeling.
- Palpatie
- Van dorsaal, in lijn met het tweede middenhandsbeentje en distaal van het tuberculum van Lister; ligt dieper dan de buren.
- Klinisch
- Zelden aangedaan door zijn beschutte ligging en stevige banden. Een geisoleerde fractuur of luxatie wijst op een hoogenergetisch trauma en gaat vrijwel altijd samen met letsel van de buren.
- Segmentale innervatie
- C6-C7
- In de zorgpraktijk
- Bij dorsale polspijn na een val niet blijven hangen bij het scaphoid: de hele distale rij hoort systematisch nagelopen te worden.
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit