Corpus3D

Bovenste extremiteit

Haakbeen

Os hamatum

Origo
Ulnaire bot van de distale rij, wigvormig, met aan de palmaire zijde een uitstekende haak. Articuleert met het capitatum, het triquetrum en de basis van het vierde en vijfde middenhandsbeentje.
Insertie
De haak draagt het retinaculum flexorum, het lig. pisohamatum en de m. flexor digiti minimi brevis en de m. opponens digiti minimi.
Functie
Sluit de carpale tunnel aan de ulnaire zijde af en vormt tegelijk de radiale wand van het kanaal van Guyon; de beweeglijke vierde en vijfde straal maken het holle grijpen van de hand mogelijk.
Innervatie
R. profundus n. ulnaris (C8-Th1)
Beweging & keten
Het vierde en vijfde carpometacarpale gewricht laten tien tot dertig graden flexie toe, waardoor de handpalm zich om een voorwerp kan vouwen.
Palpatie
De haak is voelbaar ongeveer een centimeter distaal en radiaal van het erwtbeentje, onder stevige druk in de muis van de hand.
Klinisch
Fractuur van de haak komt voor bij golf, tennis en honkbal, door de stootbelasting van de knop van de club of het racket. Hij geneest slecht en kan de pees van de pink en de diepe tak van de n. ulnaris irriteren, met krachtsverlies in de intrinsieke handspieren.
Segmentale innervatie
C8-Th1
In de zorgpraktijk
Bij een slagsporter met ulnaire handpijn en krachtsverlies gericht op de haak drukken; een standaardopname van de pols laat de breuk vaak niet zien.
Regio in het model
Bovenste extremiteit

Verwante structuren