Onderste extremiteit
Dijbeen
Os femoris
- Origo
- Articuleert proximaal met het acetabulum van het bekken (heupgewricht) en distaal met de tibia en patella (kniegewricht)
- Insertie
- Aanhechtingspunt voor o.a. gluteusspieren, iliopsoas, quadriceps, hamstrings en adductoren
- Functie
- Langste en sterkste dragende pijpbeen; brengt het lichaamsgewicht over van de romp naar het onderbeen en vormt de hefboom voor lopen en rennen
- Innervatie
- Periostale innervatie via n. femoralis, n. ischiadicus en n. obturatorius
- Beweging & keten
- Maakt flexie, extensie, abductie, adductie, endo- en exorotatie in de heup mogelijk, en flexie/extensie in de knie
- Palpatie
- Trochanter major is prominent voelbaar aan de laterale heup; epicondyli medialis en lateralis bij de knie
- Klinisch
- Collumfracturen bij osteoporose (ouderen); corpusfracturen bij hoogenergetisch trauma; coxartrose (heupartrose)
- Segmentale innervatie
- Periost L2–S1
- In de zorgpraktijk
- Belangrijk oriëntatiepunt voor heup- en knieprothesiologie; i.m. injectieplaats in de m. vastus lateralis
- Regio in het model
- Onderste extremiteit