Ingewanden (hart, longen, lever, maag-darmstelsel)
Slokdarm (Oesophagus)
Oesophagus
- Origo
- Begint aan de faryngo-oesofageale overgang bij de onderrand van het cartilago cricoidea (C6) en loopt door het achterste mediastinum
- Insertie
- Passeert het diafragma via de hiatus oesophageus (wervelniveau Th10) en mondt uit in de maagcardia (Th11)
- Functie
- Transporteert voedsel en vloeistoffen van de farynx naar de maag via gecoördineerde peristaltische contractiegolven
- Innervatie
- Plexus oesophageus gevormd door de linker en rechter n. vagus (N. X; parasympathisch, stimuleert peristaltiek) en sympathicus via de truncus sympathicus (Th4-Th6)
- Beweging & keten
- Primaire en secundaire peristaltiek met relaxatie van de onderste slokdarmsfincter (LES) tijdens slikken
- Palpatie
- Niet direct palpabel; functioneel onderzocht met slikmanometrie, bariumslikfoto en gastroscopie
- Klinisch
- Gastro-oesofageale refluxziekte (GERD / reflux-oesofagitis), Barrett-slokdarm (metaplasie met risico op adenocarcinoom), achalasie (onvermogen van de LES om te ontspannen), slokdarmvarices bij portale hypertensie (bloedingsgevaar via porto-cavale anastomose), Mallory-Weiss scheurtjes.
- Segmentale innervatie
- Viscerotoom Th4-Th6 (referred pain retrosternaal, kan angineuze pijn simuleren)
- In de zorgpraktijk
- Plaatsen van een maagsonde (sondevoeding), herstel en voorbereiding bij endoscopie en varicesbloeding (plaatsen Sengstaken-Blakemore sonde, toedienen van octreotide/terlipressine), aspiratiepreventie (hoofdeinde 30° omhoog)
- Regio in het model
- Ingewanden (hart, longen, lever, maag-darmstelsel)