Ingewanden (hart, longen, lever, maag-darmstelsel)
Luchtpijp (Trachea)
Trachea
- Origo
- Begint aan de onderrand van het cartilago cricoidea ter hoogte van wervelniveau C6 en daalt mediaan af door het mediastinum superius
- Insertie
- Splitst ter hoogte van de angulus sterni (wervelniveau Th4-Th5) bij de carina tracheae in de linker en rechter hoofdbronchus
- Functie
- Belangrijkste luchtwegbuis; transporteert geïnspireerde en geëxpireerde lucht en reinigt deze via het mucociliair transport (trilhaarepitheel)
- Innervatie
- Parasympathische en sensorische takken van de n. vagus (N. X en n. laryngeus recurrens) en sympathicus via de truncus sympathicus
- Beweging & keten
- Verlengt en daalt circa 2-3 cm tijdens diepe inspiratie; elastische hoefijzervormige kraakbeenringen (16-20 stuks) houden het lumen open, terwijl de m. trachealis de diameter kan vernauwen bij hoesten
- Palpatie
- Palpatie in de fossa jugularis (suprasternale inkeping); controle op standsafwijking (tracheadeviatie)
- Klinisch
- Tracheadeviatie treedt op bij een spanningspneumothorax (weg van de aangedane zijde) of atelectase (naar de aangedane zijde). Tracheomalacie, tracheitis, indicatie voor noodtracheotomie of endotracheale intubatie.
- Segmentale innervatie
- Innervatie C6-Th5
- In de zorgpraktijk
- Cuffdrukmeting bij beademing (20-30 cmH2O ter preventie van tracheanekrose), tracheale uitzuiging bij sputumretentie, tracheacanulezorg
- Regio in het model
- Ingewanden (hart, longen, lever, maag-darmstelsel)