Ingewanden (hart, longen, lever, maag-darmstelsel)
Urineblaas (Vesica urinaria)
Vesica urinaria
- Origo
- Ligt subperitoneaal in het kleine bekken achter de symphysis pubica
- Insertie
- Gaat caudaal bij de blaashals (collum vesicae) over in de urethra; ontvangt posterolateraal de beide ureteren in het trigonum vesicae
- Functie
- Tijdelijke opslag van urine (fysiologische capaciteit ~300-500 ml) en gecoördineerde mictie door contractie van de m. detrusor vesicae en relaxatie van de blaashalssfincter
- Innervatie
- Plexus vesicalis (parasympathicus via nn. splanchnici pelvici S2-S4 stimuleert m. detrusor contractie; sympathicus via plexus hypogastricus Th11-L2 ontspant de detrusor en sluit de interne sfincter; somatische n. pudendus S2-S4 voor externe sfincter)
- Beweging & keten
- Vult en ontspant elastisch tijdens de vullingsfase; trekt krachtig samen tijdens mictie
- Palpatie
- Percussie en palpatie suprapubisch (gedempte toon bij volle blaas / globus vesicalis)
- Klinisch
- Urineweginfectie (cystitis), acute urineretentie (blaasretentie / globus vesicalis met hevige suprapubische pijn), blaascarcinoom (pijnloze hematurie), overactieve blaas (OAB) of neurogene blaas (bij dwarslaesie of MS).
- Segmentale innervatie
- Viscerotoom S2-S4 en Th11-L2
- In de zorgpraktijk
- Blaasscan (echografische residubepaling), transurethrale blaaskatheterisatie (Foley-katheter) of suprapubische katheterplaatsing, mictielijst bijhouden
- Regio in het model
- Ingewanden (hart, longen, lever, maag-darmstelsel)