Onderste extremiteit
Scheenbeenzenuw (Nervus tibialis)
Nervus tibialis
- Origo
- Mediale en grootste eindtak van de nervus ischiadicus in de fossa poplitea (L4–S3)
- Insertie
- Daalt af door de kniekuil tussen de gastrocnemiuskoppen, loopt diep onder de arcus tendineus m. solei, vergezelt de a. tibialis posterior door de tarsale tunnel en splitst in n. plantaris medialis en lateralis
- Functie
- Motorisch: alle spieren van het oppervlakkige en diepe dorsale onderbeencompartiment (m. gastrocnemius, soleus, plantaris, popliteus, tibialis posterior, FDL, FHL) en alle intrinsieke voetzoolspieren; Sensibel: hiel (rami calcanei mediales), achterzijde kuit (n. cutaneus surae medialis) en gehele voetzool
- Innervatie
- Gemengde zenuw voor plantairflexie, teenbuiging en zoolsensibiliteit
- Beweging & keten
- Onmisbaar voor afzet tijdens lopen en rennen (plantairflexie) en tenenkrullen
- Palpatie
- Palpabel in het midden van de kniekuil en achter de malleolus medialis (tarsale tunnel)
- Klinisch
- Tarsaletunnelsyndroom (beknelling achter de mediale enkel met branderige zoolpijn en doof gevoel), onvermogen om op de tenen te staan bij uitval; achillespeesreflex (S1) afwezig
- Segmentale innervatie
- Spinale wortels L4, L5, S1, S2, S3
- In de zorgpraktijk
- Achillespeesreflex (S1-S2) controleren; Tinel-test achter de malleolus medialis bij verdenking op tarsaletunnelsyndroom; voetzoolsensibiliteitstesten bij diabetische neuropathie
- Regio in het model
- Onderste extremiteit