Onderste extremiteit
Binnenmeniscus van de knie (Meniscus medialis - Corpus, voorhoorn en achterhoorn)
Meniscus medialis (Corpus, cornu anterius et cornu posterius)
- Origo
- C-vormige schijf van vezelig kraakbeen (fibrocartilago); voorhoorn hecht aan de area intercondylaris anterior voor de VKB; achterhoorn hecht aan de area intercondylaris posterior voor de AKB
- Insertie
- Aan de periferie stevig verankerd aan het gewrichtskapsel en de diepe laag van het MCL (lig. coronarium / meniscotibiale banden)
- Functie
- Absorbeert 50-70% van de gewrichtsbelasting in het mediale compartiment; vergroot het contactoppervlak tussen bolle femurcondyl en plat tibiaplateau met 200%; zorgt voor gewrichtssmering en stabiliteit (vooral de achterhoorn fungeert als remblok tegen anterieure translatie bij VKB-deficiëntie)
- Innervatie
- Rijk aan mechanoreceptoren en nocisensoren in de buitenste gevasculariseerde zone (rode zone, ca. 10-30%); de binnenste 2/3 is avasculair en aneuraal (witte zone)
- Beweging & keten
- Verschuift ca. 5 mm naar achteren bij flexie; minder mobiel dan de buitenmeniscus door de vaste MCL-aanhechting
- Palpatie
- Palpabel in de mediale gewrichtsspleet van de knie bij lichte flexie en endorotatie
- Klinisch
- Binnenmeniscusletsel (mediale meniscusscheur: bucket handle / hengselgreepscheur, flap tear, degeneratieve horizontale scheur of root tear); gewrichtsslot (locking van de knie); positieve McMurray test, Apley grind test en Thessaly test; artroseversnelling na meniscectomie.
- Segmentale innervatie
- L3–S1
- In de zorgpraktijk
- McMurray test, Thessaly test (90% sensitief bij 20° flexie), meniscushechting (all-inside / inside-out techniek in de rode zone) en 'save the meniscus' fysiotherapie
- Regio in het model
- Onderste extremiteit