Onderste extremiteit
Buitenmeniscus van de knie (Meniscus lateralis - Corpus, voorhoorn en achterhoorn)
Meniscus lateralis (Corpus, cornu anterius et cornu posterius)
- Origo
- Bijna cirkelvormige O-vormige schijf van vezelig kraakbeen die ca. 80% van het laterale tibiaplateau bedekt; voor- en achterhoorn hechten dicht bij elkaar bij de eminentia intercondylaris
- Insertie
- Capsulaire aanhechting met een onderbreking ter hoogte van de popliteuspeeshiatus (hiatus popliteus)
- Functie
- Draagt tot 70% van de belasting in het laterale compartiment; vangt schokken op en beschermt het convexe laterale tibiaplateau; zeer beweeglijk om de grote translatie van de laterale femurcondyl op te vangen
- Innervatie
- Nervus fibularis communis en nervus tibialis (perifere zone)
- Beweging & keten
- Verschuift maar liefst 10-12 mm naar dorsaal bij diepe knieflexie (2x meer mobiel dan de binnenmeniscus)
- Palpatie
- Palpabel in de laterale gewrichtsspleet van de knie bij flexie en 'kleermakerszit' (figure-4 positie)
- Klinisch
- Buitenmeniscusletsel (radiaire scheuren, flap tears, discoïde meniscus bij kinderen / snapping knee); posterolaterale pijn; cyste van de laterale meniscus (zichtbaar als zwelling op de gewrichtsspleet).
- Segmentale innervatie
- L4–S1
- In de zorgpraktijk
- McMurray test in endorotatie, Thessaly test, artroscopische meniscopexie of partiële meniscectomie en behoud van laterale gewrichtsruimte
- Regio in het model
- Onderste extremiteit