Onderste extremiteit
Labrum acetabulare (Kraakbeenring van het heupgewricht)
Labrum acetabulare
- Origo
- Benige rand (limbus acetabuli) van het heupgewricht en het ligamentum transversum acetabuli
- Insertie
- Vloeit over in het gewrichtskraakbeen van het acetabulum en het gewrichtskapsel
- Functie
- Verdiept de heupkom met >30% en omvat de femurkop voorbij de evenaar; vormt een vloeistofdichte afsluiting (fluid seal) die gewrichtsvloeistof vasthoudt, intra-articulaire druk handhaaft en kraakbeenslijtage met 40% vermindert
- Innervatie
- Nervus femoralis en nervus obturatorius (rijke sensorische en nociceptieve bezenuwing aan de anterosuperieure basis)
- Beweging & keten
- Vervormt elastisch bij extreme heupflexie en rotatie
- Palpatie
- Niet direct palpabel
- Klinisch
- Labrumscheur van de heup (acetabular labral tear) bij FAI (Femoroacetabulair Impingement - Cam of Pincer type); positieve FADIR test (Flexie-Adductie-Interne Rotatie) met diepe liespijn en 'klikken'; dysplasie van de heup.
- Segmentale innervatie
- L2–L4
- In de zorgpraktijk
- FADIR impingement test, FABER test, heup- en bilspierversterking ter ontlasting van het anterosuperieure labrum, en artroscopische labrumhechting
- Regio in het model
- Onderste extremiteit