Bovenste extremiteit
Trapezius, pars descendens (afdalend deel)
Musculus trapezius (pars descendens)
- Origo
- Os occipitale (protuberantia occipitalis externa en linea nuchae superior) en het ligamentum nuchae, dat de processus spinosi van C3–C7 verbindt
- Insertie
- Laterale derde van de clavicula
- Functie
- Eleveert de scapula (schouderophalen) en helpt bij de opwaartse rotatie van de cavitas glenoidalis, samen met de andere twee delen en de m. serratus anterior
- Innervatie
- Nervus accessorius (N. XI) + plexus cervicalis (C3–C4)
- Beweging & keten
- Eleveert de scapula; bij een vaste scapula buigt het hoofd zijwaarts en roteert het naar de andere kant. Nodig, samen met pars transversa en ascendens, om de arm boven 90° te kunnen heffen.
- Palpatie
- Goed te voelen tussen nek en acromion bij optrekken van de schouder ('schouders ophalen').
- Klinisch
- Veelvoorkomende plaats van myofasciale klachten bij langdurig beeldschermwerk (nekspanning). Uitval van de n. accessorius, bijvoorbeeld na halschirurgie, geeft een afhangende schouder.
- Segmentale innervatie
- N. accessorius (XI) motorisch; propriocepsis via de plexus cervicalis C3–C4.
- In de zorgpraktijk
- De bovenrand dient als oriëntatiepunt voor de schouderlijn. Niet geschikt als injectieplaats: de spier is te dun en ligt te dicht bij de n. accessorius.
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit