Corpus3D

Bovenste extremiteit

Trapezius, pars ascendens (opstijgend deel)

Musculus trapezius (pars ascendens)

Origo
Processus spinosi van Th5–Th12
Insertie
Tuberculum van de spina scapulae (mediaal uiteinde)
Functie
Depressie van de scapula (schouderblad omlaag trekken) en helpt bij de opwaartse rotatie van de cavitas glenoidalis
Innervatie
Nervus accessorius (N. XI) + plexus cervicalis (C3–C4)
Beweging & keten
Deprimeert de scapula; werkt samen met pars descendens en transversa bij het omhoog roteren van de cavitas glenoidalis tijdens armheffing boven 90°.
Palpatie
Volg de processus spinosi van de onderste thoracale wervels schuin omhoog naar de mediale rand van de spina scapulae.
Klinisch
Kan verzwakt zijn na een langdurig ingezakte (kyfotische) houding, wat de opwaartse scapularotatie bemoeilijkt.
Segmentale innervatie
N. accessorius (XI) motorisch; propriocepsis via de plexus cervicalis C3–C4.
In de zorgpraktijk
Veilige transfertechnieken zonder aan de arm te trekken (voorkomt schoudersubluxatie bij hemiplegie); inspectie van injectieplaatsen en decubituspreventie over schouderbladen.
Regio in het model
Bovenste extremiteit

Verwante structuren