Rompzenuwen (intercostaal, sympathisch, n. vagus)
Sympathische takken en ingewandszenuwen (Nervi splanchnici)
Rami sympathici et nervi splanchnici (major, minor, imus, lumbales)
- Origo
- Ontspringen aan de thoracale en lumbale ganglia van de truncus sympathicus (n. splanchnicus major Th5-Th9, minor Th10-Th11, imus Th12, en nn. splanchnici lumbales L1-L2)
- Insertie
- Doorsteken de crura van het diafragma en eindigen in de prevertebrale ganglia (ganglion coeliacum, mesentericum superius, aorticorenalia en mesentericum inferius)
- Functie
- Brengen preganglionaire sympathische en viscerosensibele pijnvezels van de buikorganen naar de grote buikplexussen; remmen de peristaltiek en veroorzaken vasoconstrictie
- Innervatie
- Autonoom sympathisch en viscerosensibel
- Beweging & keten
- Neuronale prikkeloverdracht
- Palpatie
- Niet direct palpabel
- Klinisch
- Plexus coeliacus neurolyse / splanchnicusblokkade (alcohol-/fenolinjectie of radiofrequente ablatie ter bestrijding van onbehandelbare ernstige viscerale pijn bij gevorderd pancreascarcinoom of chronische pancreatitis).
- Segmentale innervatie
- Viscerotomen Th5-L2
- In de zorgpraktijk
- Pijnevaluatie (VAS-score) voor en na plexus coeliacus blokkade, monitoring op orthostatische hypotensie en diarree na succesvolle neurolyse (door verlies van sympathische splanchnische tonus)
- Regio in het model
- Rompzenuwen (intercostaal, sympathisch, n. vagus)