Onderste extremiteit
Middenvoetsbeentjes en teenkootjes
Ossa metatarsi et phalanges pedis
- Origo
- 5 middenvoetsbeenderen (metatarsalia I–V) en 14 teenkootjes (falangen)
- Insertie
- Aanhechting voor intrinsieke voetspieren (interossei, lumbricales, flexor/abductor hallucis) en lange teenbuigers/strekkers
- Functie
- Vormen de voorvoet; dragen het gewicht bij afwikkeling van de voet en zorgen voor de eindaandrijving (toe-off) tijdens lopen
- Innervatie
- Nn. plantares medialis en lateralis (uit n. tibialis) en n. fibularis profundus
- Beweging & keten
- Flexie, extensie, lichte abductie/adductie in MTP- en IP-gewrichten
- Palpatie
- Kopjes van de metatarsalia en de basis van metatarsale V (tuberositas) zijn gemakkelijk voelbaar
- Klinisch
- Marsfractuur / stressfractuur (meestal metatarsale II of III); Jones-fractuur (basis van metatarsale V); Hallux Valgus (knobbel grote teen); hamertenen / klauwtenen; morton-neuroom
- Segmentale innervatie
- L5–S2
- In de zorgpraktijk
- Belangrijk bij diabeteszorg (preventie van drukplekken en neuropathische voetulcera op de metatarsalekopjes)
- Regio in het model
- Onderste extremiteit