Bovenste extremiteit
Spaakbeenzenuw (Nervus radialis)
Nervus radialis
- Origo
- Grootste voortzetting van de fasciculus posterior van de plexus brachialis (C5–T1)
- Insertie
- Verlaat de okselholte naar dorsaal, loopt door de sulcus nervi radialis van de humerus samen met de a. profunda brachii, doorboort het septum intermusculare laterale, treedt de fossa cubitalis binnen en splitst in een ramus superficialis (sensibel) en ramus profundus / n. interosseus posterior (motorisch)
- Functie
- Motorisch: alle extensoren van de bovenarm (m. triceps brachii, m. anconeus), laterale onderarm (m. brachioradialis, m. extensor carpi radialis longus/brevis) en alle oppervlakkige en diepe extensoren van de dorsale onderarm; Sensibel: achterzijde bovenarm, achterzijde onderarm, dorsolaterale handrug en proximale dorsale zijde van vingers I–III
- Innervatie
- Grote gemengde zenuw voor alle extensies van de bovenste extremiteit
- Beweging & keten
- Verantwoordelijk voor elleboogextensie, polsextensie, vinger- en duimstrekking en duimabductie in het vlak van de handpalm
- Palpatie
- Palpabel bij het passeren van de laterale supracondylaire kam van de humerus en de ramus superficialis over de tabatière anatomique
- Klinisch
- Drophand ('dropping hand' / 'valhand': onvermogen tot pols- en vingerextensie door paralyse van de extensoren), 'Saturday night palsy' (compressie tegen humerus), humerusschachtfractuurletsel, supinatorsyndroom (PIN entrapment in arcade van Frohse zonder sensibele uitval), Wartenberg syndroom (oppervlakkige tak bekneld bij de distale radius)
- Segmentale innervatie
- Spinale wortels C5, C6, C7, C8 (T1)
- In de zorgpraktijk
- Polsextensiespalk ter preventie van peesverkorting en contracturen bij valhand, elektrostimulatie, peestransposities (bijv. pronator teres naar ECRB) bij blijvend letsel
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit