Ingewanden (hart, longen, lever, maag-darmstelsel)
Linkerboezem (Atrium sinistrum)
Atrium sinistrum cordis
- Origo
- Dorsale en posterieure zijde van het hart (basis cordis), gelegen tussen de vier venae pulmonales en ventraal van de slokdarm
- Insertie
- Mondt antero-inferieur via het ostium atrioventriculare sinistrum (beveiligd door de mitralisklep) uit in de linker ventrikel
- Functie
- Ontvangt zuurstofrijk bloed vanuit de vier longvenen (venae pulmonales) en pompt dit tijdens de atriale systole door de mitralisklep naar de linkerkamer
- Innervatie
- Autonome plexus cardiacus: sympathicus via truncus sympathicus (Th1-Th4, verhoogt chronotropie/inotropie) en parasympathicus via n. vagus (N. X, verlaagt hartfrequentie)
- Beweging & keten
- Atriale diastole (passieve vulling en reservoirfunctie tijdens ventrikelsystole) gevolgd door atriale systole (atrial kick, levert 15-20% van de einddiastolische ventrikelvulling)
- Palpatie
- Niet direct palpabel; indirect beoordeeld via echocardiografie (transthoracaal TTE of transoesofageaal TEE) en auscultatie van de mitralisklep in de 5e intercostaalruimte links medioclaviculair
- Klinisch
- Atriumfibrilleren (AF) ontstaat vaak door ectopische foci rond de mondingen van de venae pulmonales, met risico op trombusvorming in het hartoortje (auricula sinistra) en cardio-embolisch CVA. Linker atriumdilatatie bij mitralisklepstenose of hartfalen.
- Segmentale innervatie
- Viscerotoom Th1-Th4 (referred pain naar de retrosternale regio, linkerborst, binnenzijde van de linkerarm en ulnarisregio C8-Th1)
- In de zorgpraktijk
- Pulsus deficit controle bij atriumfibrilleren, toedienen van anticoagulantia (DOAC/vitamine K-antagonisten), ECG-monitoring, voorbereiding cardioversie of longvenenablatie
- Regio in het model
- Ingewanden (hart, longen, lever, maag-darmstelsel)