Onderste extremiteit
Laterale enkelbanden (ATFL, CFL, PTFL & Enkelgewrichtskapsel)
Ligamenta collateralia lateralia articulationis talocruralis (ATFL, CFL, PTFL)
- Origo
- Voor-, onder- en achterrand van de malleolus lateralis (buitenenkel)
- Insertie
- Collum tali (lig. talofibulare anterius / ATFL), laterale zijde van het calcaneus (lig. calcaneofibulare / CFL) en tuberculum laterale van de processus posterior tali (lig. talofibulare posterius / PTFL)
- Functie
- De belangrijkste passieve stabilisatoren tegen inversie (naar binnen zwikken) en plantairflexietrauma van de enkel; ATFL is de primaire remmer van voorste talustranslatie en inversie in plantairflexie; CFL remt inversie in neutraalstand en stabiliseert het subtalaire gewricht; PTFL is het sterkste ligament en remt posterieure talustranslatie en dorsaalflexie
- Innervatie
- Nervus fibularis superficialis en nervus suralis (proprioceptieve receptoren)
- Beweging & keten
- Staan opeenvolgend onder spanning: ATFL in plantairflexie-inversie, CFL in neutraal-inversie, PTFL in dorsaalflexie
- Palpatie
- Direct voelbaar onder en voor de buitenenkelpunt (typische drukpijnlijke plek bij enkelverstuiking)
- Klinisch
- Enkelinversietrauma / enkelbandruptuur (meest voorkomende sportblessure; 85% betreft geïsoleerd ATFL of ATFL+CFL letsel); chronische enkelinstabiliteit (CAI); positieve Voorste Schuiflade test van de enkel en Talar Tilt test.
- Segmentale innervatie
- L5–S1
- In de zorgpraktijk
- Ottawa Ankle Rules (uitsluiten van fracturen), voorste schuifladetest, balanstraining op wankelbord, functioneel tapen en enkelbrace (Aircast/MalleoTrain)
- Regio in het model
- Onderste extremiteit