Corpus3D

Romp (thorax, abdomen, rug)

Middenrif

Diaphragma

Origo
Processus xiphoideus, binnenzijde van de onderste zes ribben/costale kraakbeen, en met de crura vanaf de lumbale wervels (L1–L3)
Insertie
Centrum tendineum, het centrale peesblad van het middenrif
Functie
Belangrijkste ademhalingsspier: contractie vlakt de koepel af en vergroot het thoracale volume (inspiratie)
Innervatie
Nervus phrenicus (C3–C5)
Beweging & keten
Werkt bij rustige ademhaling vrijwel geïsoleerd; bij inspanning in synergie met de externe intercostalen en hulpademhalingsspieren. Speelt ook een rol in buikpersen (Valsalva) samen met de buikspieren.
Palpatie
Niet direct palpabel; de beweging is indirect te observeren via uitzetting van de onderste ribben en de buikwand tijdens diepe inademing.
Klinisch
Een hoogstand of parese (bijv. bij n. phrenicus-letsel na hals- of thoraxchirurgie) geeft kortademigheid en een paradoxale buikbeweging. Hiatus-hernia's ontstaan door verzwakking van de oesofagusopening.
Segmentale innervatie
N. phrenicus, myotoom C3–C5 ("C3, 4, 5 houden het diafragma in leven").
In de zorgpraktijk
Relevant referentiepunt bij beademing en longfunctieonderzoek; hoogstand op röntgen/CT kan wijzen op phrenicusuitval of atelectase.
Regio in het model
Romp (thorax, abdomen, rug)