Onderste extremiteit
Ligamentum calcaneofibulare (CFL)
Ligamentum calcaneofibulare (CFL)
- Origo
- Punt van de malleolus lateralis
- Insertie
- Laterale zijde van de calcaneus, onder de peroneuspezen door
- Functie
- Remt de inversie in de neutrale stand en in dorsaalflexie, en stabiliseert als enige laterale band zowel het bovenste als het onderste spronggewricht.
- Innervatie
- Nervus fibularis superficialis
- Beweging & keten
- Loopt bijna verticaal in de neutrale stand en spant aan zodra de voet in dorsaalflexie gaat. Hij neemt de rol van het ATFL over precies wanneer die ontspant.
- Palpatie
- Vanaf de punt van de laterale malleolus recht naar caudaal en iets naar dorsaal. De band ligt dieper dan het ATFL, onder de peroneuspezen; druk rustig door en vergelijk met de andere zijde.
- Klinisch
- Letsel hier betekent bijna altijd dat ook het ATFL kapot is: het is de tweede band die het begeeft. De talar tilt-test onderzoekt hem. Zijn de subtalaire en talocrurale stabiliteit allebei weg, dan duurt het herstel merkbaar langer.
- Segmentale innervatie
- Segmentaal L5-S1
- In de zorgpraktijk
- Bij aanhoudende laterale instabiliteit na maanden training is dit de band die op MRI wordt beoordeeld voordat er over een reconstructie gesproken wordt.
- Regio in het model
- Onderste extremiteit