Gewrichten
Tarsometatarsale gewrichten, lijn van Lisfranc (artt. tarsometatarsales)
De rij gewrichten tussen de drie ossa cuneiformia en het os cuboideum enerzijds en de vijf ossa metatarsi anderzijds. De tweede straal ligt terug in een nis tussen de cuneiforme beenderen en vormt daarmee de sluitsteen van de dwarse voetboog: die inkeping maakt de rij stevig en tegelijk kwetsbaar.
- Gewrichtstype
- Vlakke gewrichten (artt. planae), amfiartrosen met zeer kleine uitslag
- Latijnse naam
- Articulationes tarsometatarsales
Bewegingen, assen en normaalwaarden
| Beweging | Vlak | As | Normaalwaarde | Eindgevoel |
|---|---|---|---|---|
| Supinatie van de voorvoet | samengesteld | schuine as door de voetlengte | enkele graden; de eerste en vijfde straal bewegen het meest, de tweede vrijwel niet | stug elastisch (band) |
| Pronatie van de voorvoet | samengesteld | schuine as door de voetlengte | enkele graden, samen met de intermetatarsale gewrichten | stug elastisch (band) |
- Close-packed positie
- Volledige supinatie van de voorvoet
- Rustpositie (loose-packed)
- Middenstand van de voorvoet
- Capsulair patroon
- Geen duidelijk patroon; eindstandige pijn bij torsie van de voorvoet.
- Artrokinematiek
- Vooral glijden, met per straal een eigen bewegingsrichting. De eerste straal beweegt dorsaal-plantair en draagt bij aan het windlass-mechanisme; de laterale stralen geven mee zodat de voet zich aan de ondergrond aanpast. Samen bepalen ze hoe hoog de dwarse boog blijft onder belasting.
- Stabiliteit
- Ligamenta tarsometatarsalia dorsalia, plantaria et interossea, met als sleutel het lig. van Lisfranc tussen het os cuneiforme mediale en de basis van het tweede middenvoetsbeentje.
- Palpatie
- Volg het eerste middenvoetsbeentje naar proximaal tot je een dwarse verspringing voelt: dat is de eerste tarsometatarsale spleet. De lijn loopt van daar schuin naar lateraal, waarbij de tweede straal ongeveer een halve centimeter verder naar proximaal ligt.
- Klinisch
- Lisfranc-letsel: een fractuurluxatie over deze lijn, klassiek door een val op de heffende voet of een trap van bovenaf. Herkenbaar aan een blauwe plek in de voetzool en pijn bij pronatie met abductie van de voorvoet. Op een niet-belaste opname is de verplaatsing vaak onzichtbaar, dus laat bij verdenking een belaste opname maken.
- Bron
- Speciële anatomie van het houdings- en bewegingsapparaat (HU, 2013); BOKS anatomie WSH (HU, 2025)