Corpus3D

Gewrichten

Onderste spronggewricht (art. subtalaris)

Talus op calcaneus, met een as die schuin door de voet loopt. Dat is de reden dat inversie en eversie nooit zuiver in één vlak gebeuren maar altijd als supinatie en pronatie: een combinatie van inversie, adductie en plantairflexie tegenover eversie, abductie en dorsaalflexie.

Gewrichtstype
Samengesteld gewricht met één schuine as, één graad van vrijheid
Latijnse naam
Articulatio subtalaris

Bewegingen, assen en normaalwaarden

Beweging Vlak As Normaalwaarde Eindgevoel
Inversie (onderdeel van supinatie)samengesteldschuine subtalaire as, ongeveer 42 graden ten opzichte van het transversale vlak0-35 gradenhard-elastisch
Eversie (onderdeel van pronatie)samengesteldschuine subtalaire as0-15 gradenhard (calcaneus tegen de fibula)
Close-packed positie
Volledige supinatie
Rustpositie (loose-packed)
Midden tussen inversie en eversie, in lichte plantairflexie
Capsulair patroon
Kanteling van de hiel naar binnen sterker beperkt dan naar buiten, met een harde stop; de voorvoet blijft daarbij buiten beschouwing.
Artrokinematiek
Drie facetten tussen talus en calcaneus die tegelijk glijden en kantelen. In de gesloten keten draait bij pronatie de talus mee naar mediaal en volgt de tibia in endorotatie: zo vertaalt de stand van de voet zich naar de knie.
Stabiliteit
Lig. talocalcaneum interosseum in de sinus tarsi, het lig. cervicale en de laterale enkelbanden.
Palpatie
De sinus tarsi als kuiltje net ventraal en distaal van de malleolus lateralis; drukpijn daar past bij sinus tarsi-syndroom.
Klinisch
Overpronatie met gevolgen tot in de knie en de heup; sinus tarsi-syndroom na een inversietrauma; tarsale coalitie bij een stugge, pijnlijke voet bij jongeren.
Bron
Kapandji, Physiologie articulaire deel 2; Neumann, Kinesiology of the Musculoskeletal System

Aandoeningen