Gewrichten
Atlantoaxiaal gewricht (art. atlantoaxialis)
De verbinding tussen C1 en C2, opgebouwd uit drie deelgewrichten rond de dens axis. Dit is het rotatiegewricht van de nek: ongeveer de helft van alle cervicale rotatie vindt hier plaats, en de atlas draait daarbij als een ring om de tand.
- Gewrichtstype
- Samengesteld: een mediaan draaigewricht (art. trochoidea) plus twee vlakke laterale gewrichten
- Lichaamsdeel
- Wervelkolom
- Latijnse naam
- Articulatio atlantoaxialis
Bewegingen, assen en normaalwaarden
| Beweging | Vlak | As | Normaalwaarde | Eindgevoel |
|---|---|---|---|---|
| Rotatie | transversaal | longitudinaal | 40-45 graden per kant, ongeveer de helft van de totale cervicale rotatie | stug elastisch (band) |
| Flexie | sagittaal | transversaal (mediolateraal) | 10-15 graden, aanmerkelijk minder dan de rotatie | stug elastisch (band) |
- Close-packed positie
- Maximale rotatie
- Rustpositie (loose-packed)
- Neutrale hoofdstand
- Capsulair patroon
- Rotatie beduidend sterker beperkt dan alle andere richtingen.
- Artrokinematiek
- De atlas draait om de dens en zakt daarbij enkele millimeters, omdat de laterale gewrichtsvlakken bol op bol staan. Het lig. transversum atlantis houdt de dens tegen de voorste boog; de ligamenta alaria begrenzen de rotatie naar de andere kant.
- Stabiliteit
- Vrijwel volledig ligamentair: lig. transversum atlantis als onderdeel van het lig. cruciforme, de ligamenta alaria, het lig. apicis dentis en de membrana tectoria. Benige stabiliteit is er nauwelijks.
- Palpatie
- De processus transversus van de atlas is te vinden tussen de processus mastoideus en de kaakhoek; de processus spinosus van C2 is de eerste duidelijk voelbare doornuitsteeksel onder het achterhoofd. Rotatie test je met het hoofd in maximale flexie, waarmee de lagere niveaus vergrendeld zijn.
- Klinisch
- Instabiliteit hier is een rode vlag: bij reumatoïde artritis, het syndroom van Down en na een hoogenergetisch trauma kan het lig. transversum tekortschieten, waarna de dens het ruggenmerg bedreigt. Duizeligheid, uitval in vier ledematen, een gevoel van een instabiel hoofd of pijn bij het optillen ervan zijn redenen om niet te manipuleren en door te verwijzen.
- Bron
- Speciële anatomie van het houdings- en bewegingsapparaat (HU, 2013); BOKS anatomie MSA (HU, 2024)