Romp (thorax, abdomen, rug)
Fascia thoracolumbalis, achterblad
Fascia thoracolumbalis, lamina posterior
- Origo
- Ontspringt van de processus spinosi van de lumbale en onderste thoracale wervels en het ligamentum supraspinale
- Insertie
- Hecht lateraal en caudaal aan de crista iliaca en het os sacrum; versmelt lateraal met het middelste blad tot de laterale raphe, de oorsprong van de m. transversus abdominis
- Functie
- Dient als oorsprongsaponeurose voor de m. latissimus dorsi en een deel van de m. gluteus maximus, en brengt kracht over tussen bovenste en onderste extremiteit via deze 'posterieure schuine keten'
- Innervatie
- Geen eigen motorische innervatie (bindweefselstructuur, geen contractiel weefsel)
- Beweging & keten
- Cruciale schakel in de achterste diagonale spierketen (latissimus dorsi – contralaterale gluteus maximus) voor torsiestabiliteit bij lopen.
- Palpatie
- Direct onderhuids palpabel als een grote, ruitvormige glanzende peesplaat over de lendenen en het sacrum.
- Klinisch
- Koppelt de m. latissimus dorsi kruislings aan de contralaterale m. gluteus maximus (posterieure schuine keten); centraal element bij lage rugpijn.
- Segmentale innervatie
- Th7–L5 (rami posteriores nn. spinalium)
- In de zorgpraktijk
- Ergonomisch verplaatsen (log-roll techniek bij wervelkolomtrauma) en wisselligging; ondersteunen van een neutrale wervelkolomstand bij bedlegerige patiënten.
- Regio in het model
- Romp (thorax, abdomen, rug)