Romp (thorax, abdomen, rug)
Fascia thoracolumbalis, middenblad
Fascia thoracolumbalis, lamina media
- Origo
- Ontspringt van de processus transversi van de lumbale wervels en de onderrand van de 12e rib
- Insertie
- Hecht caudaal aan de crista iliaca en het ligamentum iliolumbale; versmelt lateraal met het voor- en achterblad tot de laterale raphe
- Functie
- Vormt samen met het voor- en achterblad het osteofibreuze kanaal waarin de m. erector spinae en m. quadratus lumborum liggen, en draagt via de laterale raphe kracht over op de m. transversus abdominis
- Innervatie
- Geen eigen motorische innervatie (bindweefselstructuur, geen contractiel weefsel)
- Beweging & keten
- Werkt als een biomechanische spanband tussen wervelkolom en buikwand ter stabilisatie van de lumbale lordose.
- Palpatie
- Ligt tussen de m. erector spinae en de m. quadratus lumborum; hecht aan de processus transversi van de lendenwervels.
- Klinisch
- Ankerpunt voor de dwarse en schuine buikspieren; belangrijk biomechanisch korset bij heffen en lumbale rompstabilisatie.
- Segmentale innervatie
- L1–L4 (rami posteriores nn. spinalium)
- In de zorgpraktijk
- Ergonomisch verplaatsen (log-roll techniek bij wervelkolomtrauma) en wisselligging; ondersteunen van een neutrale wervelkolomstand bij bedlegerige patiënten.
- Regio in het model
- Romp (thorax, abdomen, rug)