Bovenste extremiteit
Kleine ronde spier
Musculus teres minor
- Origo
- Laterale rand van de scapula
- Insertie
- Tuberculum majus van de humerus (onderste facet)
- Functie
- Exorotatie van de schouder; onderdeel van de rotator cuff
- Innervatie
- Nervus axillaris (C5–C6)
- Beweging & keten
- Werkt samen met de m. infraspinatus als voornaamste exorotator van de schouder en stabiliseert de humeruskop tijdens overhead-bewegingen.
- Palpatie
- Direct onder de m. infraspinatus te voelen, langs de laterale scapularand, bij exorotatie tegen weerstand met de elleboog in 90° flexie.
- Klinisch
- Kan samen met de n. axillaris uitvallen na een schouderluxatie, met verlies van exorotatiekracht als gevolg.
- Segmentale innervatie
- N. axillaris, C5–C6.
- In de zorgpraktijk
- Veilige transfertechnieken zonder aan de arm te trekken (voorkomt schoudersubluxatie bij hemiplegie); inspectie van injectieplaatsen en decubituspreventie over schouderbladen.
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit