Rompvaten (aorta, vena cava, buiktakken)
Bovenste holle ader (Vena cava superior)
Vena cava superior
- Origo
- Ontstaat achter het 1e rechter ribkraakbeen uit de samenvloeiing van de linker en rechter vena brachiocephalica
- Insertie
- Daalt circa 7 cm verticaal af in het mediastinum superius/medium en mondt ter hoogte van het 3e rechter ribkraakbeen uit in het rechteratrium
- Functie
- Verzamelt en retourneert al het zuurstofarme veneuze bloed van het hoofd, hals, bovenste extremiteiten en thoraxwand naar het rechteratrium van het hart
- Innervatie
- Sympathische en vagale vezels van de plexus cardiacus
- Beweging & keten
- Centrale veneuze pulsaties (a-, c- en v-golven van de centraal veneuze druk / CVD curve)
- Palpatie
- Niet direct palpabel; indirect geëvalueerd via de jugulaire veneuze druk (JVD) ter hoogte van de v. jugularis interna bij 45° elevatie
- Klinisch
- Vena cava superior syndroom (compressie of trombose van de VCS door bijv. kleincellig longcarcinoom, lymfoom of mediastinale metastasen; presenteert zich met gelaats- en armoedeem, gestuwde halsvenen, 'plethora' en collateralen op de borstkas; oncologische spoedsituatie), centrale lijn-gerelateerde trombose.
- Segmentale innervatie
- Viscerotoom Th1-Th4
- In de zorgpraktijk
- Plaatsen en beheer van een centraal veneuze katheter (CVC / PICC-lijn; conformatie van de tip ter hoogte van de cavo-atriale overgang op thoraxfoto), hoog-zittende houding (fowler) en spoedradiotherapie/dexamethason bij VCS-syndroom
- Regio in het model
- Rompvaten (aorta, vena cava, buiktakken)