Rompvaten (aorta, vena cava, buiktakken)
Onderste holle ader (Vena cava inferior)
Vena cava inferior
- Origo
- Ontstaat ter hoogte van wervelniveau L5 achter de rechter arteria iliaca communis uit de samenvloeiing van de linker en rechter vena iliaca communis
- Insertie
- Stijgt retroperitoneaal op rechts van de aorta abdominalis, doorboort het foramen venae cavae van het diafragma (wervelniveau Th8) en mondt uit in de onderzijde van het rechteratrium
- Functie
- Grootste veneuze vat van het lichaam; verzorgt de veneuze terugvloed van het gehele onderlichaam (benen, bekkenorganen, nieren, bijnieren en via de levervenen het gehele spijsverteringskanaal) naar het hart
- Innervatie
- Sympathicus via de plexus celiacus en lumbalis
- Beweging & keten
- Ademhalingsafhankelijke collapsibiliteit (collaps >50% bij inspiratie wijst op lage CVD / ondervulling)
- Palpatie
- Niet direct palpabel; echografisch beoordeeld (VCI-diameter en collapsibiliteitsindex)
- Klinisch
- Vena cava inferior syndroom / compressiesyndroom (o.a. 'supine hypotensief syndroom' bij hoogzwangere vrouwen in rugligging door baarmoedercompressie; vereist linker zijligging), VCI-trombose, tumorintrusie vanuit niercelcarcinoom, diepe veneuze trombose (DVT) met indicatie voor VCI-filter (Cava-filter).
- Segmentale innervatie
- Viscerotoom Th8-L5
- In de zorgpraktijk
- POCUS echografie van de VCI ter bepaling van volumestatus en vloeistofresponsiviteit bij shock, positionering van zwangeren in linker zijligging, VCI-filter implantatie en retrieval nazorg
- Regio in het model
- Rompvaten (aorta, vena cava, buiktakken)