Rompvaten (aorta, vena cava, buiktakken)
Achterste tussenribslagaders (Aa. intercostales posteriores III-XI)
Arteriae intercostales posteriores (III-XI)
- Origo
- Ontspringen paarsgewijs direct aan de dorsolaterale zijde van de aorta thoracica
- Insertie
- Lopen in de sulcus costae aan de onderrand van de ribben (3e t/m 11e rib) in het neurovasculaire pakket en anastomoseren ventraal met de aa. intercostales anteriores; geven rami dorsales en spinales af naar ruggenmerg en rugspieren
- Functie
- Voorzien de tussenribspieren, pariëtale pleura, ribben, borstwandhuid en het ruggenmerg (o.a. via de arteria radicularis magna van Adamkiewicz) van arterieel bloed
- Innervatie
- Rami communicantes van de sympathische grensstreng
- Beweging & keten
- Pulsatieve arteriële perfusie
- Palpatie
- Niet direct palpabel
- Klinisch
- De a. van Adamkiewicz (grote voorste radiculomedullaire arterie) ontspringt meestal uit een linker intercostaalarterie tussen Th9 en Th12; iatrogene occlusie bij open of endovasculaire thoracale aortachirurgie (TEVAR) leidt tot ruggenmerginfarct en paraplegie (anterior spinal artery syndrome). Intercostale bloeding bij thoraxtrauma (hemothorax).
- Segmentale innervatie
- Dermatomen Th3-Th11
- In de zorgpraktijk
- Pleuradrainage veiligheidsdriehoek (safe triangle in 5e ICR midaxillair) insteken strikt op de bovenrand van de rib; motorische en sensorische controle van de benen na TEVAR
- Regio in het model
- Rompvaten (aorta, vena cava, buiktakken)