Onderste extremiteit
Achterste kruisband (Ligamentum cruciatum posterius / AKB / PCL)
Ligamentum cruciatum posterius (PCL)
- Origo
- Voorste en laterale zijde van de mediale femurcondyl in de fossa intercondylaris
- Insertie
- Fossa intercondylaris posterior van de tibia, ca. 1 cm onder het gewrichtsvlak (vezels lopen schuin naar posterieur, lateraal en distaal)
- Functie
- De sterkste kruisband van de knie (2x dikker dan de VKB); primaire remmer van achterwaartse translatie van de tibia ten opzichte van het femur (levert 95% van de weerstand bij achterste schuiflade); bestaat uit een sterke anterolaterale (AL) bundel (strak in flexie) en een posteromediale (PM) bundel (strak in extensie)
- Innervatie
- Nervus tibialis (proprioceptieve vezels)
- Beweging & keten
- Fungeert als de centrale as waaromheen de knie roteert; remt hyperextensie en hyperflexie
- Palpatie
- Diep intra-articulair; niet direct palpabel
- Klinisch
- Achterste kruisbandletsel (klassiek 'dashboardletsel' bij auto-ongeval door directe klap op de gebogen proximale tibia, of geforceerde hyperflexie); 'posterior sag sign' (inzakken van de proximale tibia in 90° flexie); positieve Achterste Schuiflade test en Godfrey test.
- Segmentale innervatie
- L3–S1
- In de zorgpraktijk
- Achterste schuifladetest, Godfrey 90-90 test, quadricepstraining (quadriceps trekt de tibia naar voren en compenseert voor de AKB; hamstringsactivering moet in de vroege fase vermeden worden!), dynamische PCL-brace
- Regio in het model
- Onderste extremiteit