Onderste extremiteit
Kniekuitspier
Musculus popliteus
- Origo
- Laterale femurcondyl (en de laterale meniscus)
- Insertie
- Posterieure zijde van de tibia, boven de linea musculi solei
- Functie
- 'Ontgrendelt' het kniegewricht door de tibia endoroteren t.o.v. de femur aan het begin van de flexie; stabiliseert de posterolaterale knie
- Innervatie
- Nervus tibialis (L4–S1)
- Beweging & keten
- Initieert de endorotatie van de tibia die de knie 'ontgrendelt' vanuit volledige extensie, essentieel bij het starten van knieflexie, bijvoorbeeld bij hurken.
- Palpatie
- Nauwelijks direct palpabel door de diepe ligging in de knieholte onder de m. gastrocnemius; indirect te testen via weerstand tegen endorotatie van de tibia in lichte knieflexie.
- Klinisch
- Overbelasting geeft posterolaterale kniepijn (popliteus-tendinopathie), vaak bij bergafwaarts lopen; de spier is ook belangrijk bij posterolaterale knie-instabiliteit.
- Segmentale innervatie
- L4-S1.
- In de zorgpraktijk
- Wisselligging ter voorkoming van trochanter- en hieldecubitus; zorgvuldige heuprotatie-instructies bij patiënten met een totale heupprothese.
- Regio in het model
- Onderste extremiteit