Onderste extremiteit
Popliteale gewrichtsbanden (Ligamentum popliteum obliquum & arcuatum / Kniekuilbanden)
Ligamentum popliteum obliquum et ligamentum popliteum arcuatum
- Origo
- Voortzetting van de m. semimembranosus pees (lig. popliteum obliquum) en apex van het caput fibulae (lig. popliteum arcuatum)
- Insertie
- Laterale femurcondyl, intercondylaire fossa en posterieure kniekapsel
- Functie
- Versterken het posterieure en posterolaterale kniekapsel; primaire passieve remmers van kniehyperextensie en posterolaterale rotatie van de tibia
- Innervatie
- Nervus tibialis (L4–S2)
- Beweging & keten
- Spannen maximaal aan bij volledige knie-extensie en hyperextensie
- Palpatie
- Diep in de kniekuil; bedekt door de popliteale vaten en zenuwen
- Klinisch
- Kniehyperextensietrauma (genu recurvatum letsel); posterolaterale hoek instabiliteit (PLC-letsel / dial test positief bij 30° en 90°); Bakerse cyste ontstaat vaak ter hoogte van de verzwakking tussen semimembranosus en mediale gastrocnemiuskop.
- Segmentale innervatie
- L4–S2
- In de zorgpraktijk
- Dial test voor posterolaterale hoekinstabiliteit, hyperextensiepreventie en hamstringkrachttraining
- Regio in het model
- Onderste extremiteit