Corpus3D

Bovenste extremiteit

Grote borstspier

Musculus pectoralis major

Origo
Mediale helft van de clavicula (pars clavicularis), sternum en costale kraakbeen van ribben 2–6 (pars sternocostalis), en aponeurose van de m. obliquus externus abdominis (pars abdominalis)
Insertie
Crista tuberculi majoris van de humerus (laterale lip van de sulcus intertubercularis)
Functie
Adductie en endorotatie van de arm; pars clavicularis flecteert de arm, pars sternocostalis is de belangrijkste depressor bij een geheven arm
Innervatie
Nervus pectoralis medialis en lateralis (C5–T1)
Beweging & keten
Bij een gefixeerde arm werken de vezels als hulpademhalingsspier door de ribben omhoog te trekken; functioneel cruciaal bij duw- en worpbewegingen en bij het optrekken van het lichaam (bijv. klimmen)
Palpatie
Goed te voelen en te zien als de voorste plooi van de oksel; de pars clavicularis en sternocostalis zijn afzonderlijk te onderscheiden bij weerstand tegen respectievelijk flexie en adductie
Klinisch
Een scheur of afscheuring van de pees ter hoogte van de humerus komt voor bij krachtsporters (bankdrukken); verkorting draagt bij aan een protractiehouding van de schouder
Segmentale innervatie
Myotoom C5–T1 (pars clavicularis vooral C5–C6, pars sternocostalis C7–T1).
In de zorgpraktijk
De voorste okselplooi, gevormd door deze spier, is een landmark bij het bepalen van de axillaire lymfeklierstations bij borstonderzoek
Regio in het model
Bovenste extremiteit

Verwante structuren