Bovenste extremiteit
Grote borstspier, pars sternocostalis
Musculus pectoralis major (pars sternocostalis)
- Origo
- Sternum en costale kraakbeen van ribben 2–6
- Insertie
- Crista tuberculi majoris van de humerus, samen met de andere koppen
- Functie
- Adductie en endorotatie van de arm; de belangrijkste depressor van een geheven arm
- Innervatie
- Nervus pectoralis medialis en lateralis, C7–T1
- Beweging & keten
- Grootste en krachtigste kop van de m. pectoralis major; cruciaal bij duw- en klimbewegingen waarbij de arm van boven naar onder wordt getrokken.
- Palpatie
- Grote spierbuik duidelijk palpabel over het sternum en de ribben II t/m VI; vormt de voorste okselplooi.
- Klinisch
- Frequente plaats voor avulsiepeesscheuren bij bankdrukken (bench press trauma); vereist operatieve anatomische reïnsertie op de humerus.
- Segmentale innervatie
- Myotoom C7–T1.
- In de zorgpraktijk
- Wondzorg na laparotomie/thoraxdrainage en observatie van buikwandspanning; ondersteunen van de buikwand bij hoesten ter voorkoming van wonddehiscentie.
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit