Onderste extremiteit
Gewrichtskraakbeen van de heup (Facies lunata acetabuli en femurkop)
Cartilago articularis articulationis coxae (Facies lunata & Caput femoris)
- Origo
- Hoefijzervormig hyalien kraakbeen op de facies lunata van het acetabulum en een dikke kraakbeenlaag (tot 4 mm anterosuperieur) op de bolle femurkop
- Insertie
- Articulerende gewrichtsvlakken van het heupkogelgewricht (fossa acetabuli en fovea capitis femoris zijn kraakbeenvrij)
- Functie
- Vangt enorme piekbelastingen op (tot 3-5x het lichaamsgewicht tijdens lopen en traplopen) met een minimale wrijvingscoëfficiënt (gladder dan ijs op ijs)
- Innervatie
- Avasculair en aneuraal; afhankelijk van cyclische gewrichtsbelasting voor synovia-uitwisseling (imbibitie)
- Beweging & keten
- Driedimensionale rotaties en rol-glijdbewegingen in alle richtingen
- Palpatie
- Niet direct palpabel
- Klinisch
- Heupartrose (coxartrose met kraakbeenverlies, subchondrale cysten, osteofyten en gewrichtsspleetversmalling); avasculaire heupkopnecrose (AVN / ziekte van Perthes); kraakbeendelaminatie bij femoroacetabulair impingement (FAI).
- Segmentale innervatie
- L2–S1
- In de zorgpraktijk
- Gewrichtsbeschermende leefstijl, spierversterking van m. gluteus medius, fietstraining zonder weerstand en preoperatieve optimalisatie voor heupartroplastiek
- Regio in het model
- Onderste extremiteit