Onderste extremiteit
Grote bilspier
Musculus gluteus maximus
- Origo
- Os ilium achter de linea glutea posterior, het sacrum, de coccyx en het ligamentum sacrotuberale
- Insertie
- Tractus iliotibialis en de tuberositas glutea van het femur
- Functie
- Extensie en exorotatie van de heup; belangrijk bij opstaan, traplopen en sprinten
- Innervatie
- Nervus gluteus inferior, L5–S2
- Beweging & keten
- Levert de belangrijkste krachtbron bij explosieve heupextensie (opstaan uit hurkzit, sprint start) en stabiliseert via de tractus iliotibialis de knie in extensie.
- Palpatie
- Goed te voelen over de gehele bilcontour, vooral bij aanspannen tijdens heupextensie tegen weerstand (bijvoorbeeld in buikligging).
- Klinisch
- Zwakte geeft compensatoire hyperlordose van de lumbale wervelkolom en een verminderde afzetkracht; atrofie komt voor bij langdurige inactiviteit.
- Segmentale innervatie
- L5–S2, getest bij heupextensie tegen weerstand.
- In de zorgpraktijk
- De bovenbuitenste kwadrant van de bil (boven de lijn tussen spina iliaca posterior superior en trochanter major) is de klassieke plaats voor intramusculaire injecties, om de n. ischiadicus te vermijden.
- Regio in het model
- Onderste extremiteit