Bovenste extremiteit
Labrum glenoidale (Kraakbeenring van het schoudergewricht)
Labrum glenoidale
- Origo
- Vezelig kraakbeenring die circumferentieel vastzit aan de benige rand van de cavitas glenoidalis
- Insertie
- Vloeit superieur over in de origopees van het caput longum van de m. biceps brachii en aan de periferie in het glenohumerale kapsel
- Functie
- Verdiept de ondiepe gewrichtskom met ca. 50% en vergroot het contactoppervlak voor de humeruskop; fungeert als een pneumatische zuignap (suction-cup effect) die de schouderkop centreert
- Innervatie
- Nervus suprascapularis en nervus axillaris (proprioceptieve mechanoreceptoren)
- Beweging & keten
- Vervormt licht mee bij extreme uitslagen van de humeruskop
- Palpatie
- Diep intra-articulair; niet direct palpabel
- Klinisch
- SLAP-laesie (Superior Labrum Anterior to Posterior) bij bovenhandse sporters (baseball, volleybal) of tractietrauma; Bankart-laesie (anteroinferieur labrumscheur na schouderluxatie); labrumcysten die de n. suprascapularis in de incisura spinoglenoidalis kunnen beknellen.
- Segmentale innervatie
- C5–C6
- In de zorgpraktijk
- O'Brien test (active compression test), Biceps load test II; schoudergordeltraining gericht op dynamische stabiliteit en artroscopisch labrumherstel
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit