Onderste extremiteit
Driehoek van Scarpa (Trigonum femorale)
Trigonum femorale (Scarpae)
- Origo
- Begrensd door het ligamentum inguinale boven, de m. sartorius lateraal en de m. adductor longus mediaal
- Insertie
- De bodem wordt gevormd door de m. iliopsoas en de m. pectineus; de top gaat over in het canalis adductorius
- Functie
- Doorgang voor de a. en v. femoralis, de n. femoralis en de lymfeknopen van de lies; het klassieke oriëntatiegebied van de lies
- Innervatie
- N. femoralis (L2-L4) loopt lateraal van de arterie
- Beweging & keten
- De inhoud verschuift met heupflexie en exorotatie, waardoor de vaten bij die stand het best bereikbaar zijn
- Palpatie
- Van lateraal naar mediaal: n. femoralis, arterie, vene, lymfevaten (ezelsbruggetje NAVL); pols voelen halverwege het ligamentum inguinale
- Klinisch
- Aanprikken van de a. femoralis bij hartkatheterisatie, femorale lijnen, lymfadenopathie, aneurysma spurium na punctie
- Segmentale innervatie
- L2-L4
- In de zorgpraktijk
- Na een femorale punctie minstens tien minuten afdrukken en de perifere pulsaties controleren op nabloeding
- Regio in het model
- Onderste extremiteit