Corpus3D

Bovenste extremiteit

Extensorretinaculum (strekkerband van de pols)

Retinaculum musculorum extensorum

Origo
Laterale rand van de distale radius
Insertie
Mediaal aan het os pisiforme, os triquetrum en het periost van de distale ulna, met septa die naar het onderliggende bot doorlopen
Functie
Brede fibreuze band die dwars over de dorsale pols loopt en de strekpezen van pols en vingers tegen het onderliggende bot gedrukt houdt tijdens polsbeweging (voorkomt "bowstringen"); de septa verdelen de pezen in zes afzonderlijke synoviale kokers (compartimenten), elk met zijn eigen peesschede
Innervatie
Geen eigen (motorische) innervatie: het is passief bindweefsel, geen spier; de huid erover wordt sensibel verzorgd door de N. radialis (oppervlakkige tak) en de N. ulnaris (dorsale tak)
Beweging & keten
Houdt de strekpezen van pols en vingers dicht tegen het onderliggende bot tijdens dorsaalflexie van de pols, en voorkomt zo dat de pezen wegspringen (bowstringen); functioneel onderdeel van de keten die pols- en vingerextensie mogelijk maakt.
Palpatie
Te voelen als een strakke, brede band over de dorsale pols, het duidelijkst bij actieve polsstrekking tegen weerstand.
Klinisch
Verdikking/ontsteking van het eerste compartiment (m. abductor pollicis longus en m. extensor pollicis brevis) geeft de ziekte van De Quervain; het retinaculum is ook het herkenningspunt bij chirurgische release van een strekpeesstenose en wordt soms als graftmateriaal gebruikt bij peesreconstructies.
Segmentale innervatie
De huid over het retinaculum wordt sensibel verzorgd via de segmenten C6-C8 (oppervlakkige tak N. radialis) en C8-Th1 (dorsale tak N. ulnaris).
In de zorgpraktijk
Vormt met de onderliggende pezen een oriëntatiepunt bij lichamelijk onderzoek van de dorsale pols (bijv. de Finkelstein-test voor het eerste compartiment) en bij het lokaliseren van een dorsale polsblokkade voor regionale anesthesie.
Regio in het model
Bovenste extremiteit