Bovenste extremiteit
Extensorretinaculum (strekkerband van de pols)
Retinaculum musculorum extensorum
- Origo
- Laterale rand van de distale radius
- Insertie
- Mediaal aan het os pisiforme, os triquetrum en het periost van de distale ulna, met septa die naar het onderliggende bot doorlopen
- Functie
- Brede fibreuze band die dwars over de dorsale pols loopt en de strekpezen van pols en vingers tegen het onderliggende bot gedrukt houdt tijdens polsbeweging (voorkomt "bowstringen"); de septa verdelen de pezen in zes afzonderlijke synoviale kokers (compartimenten), elk met zijn eigen peesschede
- Innervatie
- Geen eigen (motorische) innervatie: het is passief bindweefsel, geen spier; de huid erover wordt sensibel verzorgd door de N. radialis (oppervlakkige tak) en de N. ulnaris (dorsale tak)
- Beweging & keten
- Houdt de strekpezen van pols en vingers dicht tegen het onderliggende bot tijdens dorsaalflexie van de pols, en voorkomt zo dat de pezen wegspringen (bowstringen); functioneel onderdeel van de keten die pols- en vingerextensie mogelijk maakt.
- Palpatie
- Te voelen als een strakke, brede band over de dorsale pols, het duidelijkst bij actieve polsstrekking tegen weerstand.
- Klinisch
- Verdikking/ontsteking van het eerste compartiment (m. abductor pollicis longus en m. extensor pollicis brevis) geeft de ziekte van De Quervain; het retinaculum is ook het herkenningspunt bij chirurgische release van een strekpeesstenose en wordt soms als graftmateriaal gebruikt bij peesreconstructies.
- Segmentale innervatie
- De huid over het retinaculum wordt sensibel verzorgd via de segmenten C6-C8 (oppervlakkige tak N. radialis) en C8-Th1 (dorsale tak N. ulnaris).
- In de zorgpraktijk
- Vormt met de onderliggende pezen een oriëntatiepunt bij lichamelijk onderzoek van de dorsale pols (bijv. de Finkelstein-test voor het eerste compartiment) en bij het lokaliseren van een dorsale polsblokkade voor regionale anesthesie.
- Regio in het model
- Bovenste extremiteit