Romp (thorax, abdomen, rug)
Dwarse buikspier
Musculus transversus abdominis
- Origo
- Ligamentum inguinale, crista iliaca, thoracolumbale fascie en de binnenzijde van de onderste zes costale kraakbeenderen
- Insertie
- Linea alba en de crista pubica (via de conjoint tendon)
- Functie
- Comprimeert de buikinhoud, verhoogt de intra-abdominale druk en stabiliseert de lumbale wervelkolom
- Innervatie
- Intercostale zenuwen T7–T12, nervus iliohypogastricus en nervus ilioinguinalis
- Beweging & keten
- Als diepste buikspierlaag met overwegend horizontaal verlopende vezels de belangrijkste spier voor lokale (segmentale) stabiliteit van de lumbale wervelkolom, vaak als eerste getraind bij core-stabiliteitsoefeningen.
- Palpatie
- Onder de m. obliquus internus te voelen door voorzichtig mediaal van de spina iliaca anterior superior naar binnen te drukken tijdens hoesten of aanspannen ("buik intrekken").
- Klinisch
- Onvoldoende aansturing van deze spier wordt in verband gebracht met lage rugklachten; wordt vaak specifiek getraind in core-stabiliteitsrevalidatie.
- Segmentale innervatie
- T7–T12, L1 (iliohypogastricus/ilioinguinalis).
- In de zorgpraktijk
- Het vlak tussen deze spier en de m. obliquus internus is de injectieplaats voor het TAP-block (transversus abdominis plane block), een veelgebruikte regionale verdoving voor postoperatieve pijnbestrijding na buikchirurgie.
- Regio in het model
- Romp (thorax, abdomen, rug)