Hoofd- en halsspieren (kauw-, mimische en keelspieren)
Schildkraakbeen-tongbeenspier
Musculus thyrohyoideus
- Origo
- Linea obliqua van het schildkraakbeen
- Insertie
- Cornu majus en aangrenzend deel van het corpus van het os hyoideum
- Functie
- Nadert het schildkraakbeen tot het tongbeen: heft de larynx op of trekt het tongbeen omlaag, afhankelijk van welk punt gefixeerd is; belangrijk bij slikken en het verhogen van de stemhoogte
- Innervatie
- C1-vezels die meelopen met de N. hypoglossus (N. XII), niet via de ansa cervicalis
- Beweging & keten
- Fungeert als vervolg van de m. sternothyroideus in de infrahyoïdale keten: bij gefixeerd tongbeen heft de spier de larynx, bij gefixeerd schildkraakbeen trekt zij het tongbeen omlaag.
- Palpatie
- Palpabel tussen het schildkraakbeen en het os hyoideum.
- Klinisch
- Uitzondering binnen de infrahyoïdale spieren doordat de innervatie via C1-vezels langs de N. hypoglossus loopt in plaats van via de ansa cervicalis, relevant bij interpretatie van een N. XII-uitval.
- Segmentale innervatie
- C1, via de N. hypoglossus in plaats van de gebruikelijke ansa cervicalis-route van de andere infrahyoïdale spieren.
- In de zorgpraktijk
- Heft het strottenhoofd bij slikken; bezenuwd door C1 via de n. hypoglossus; belangrijk voor larynxlift bij dysfagierevalidatie.
- Regio in het model
- Hoofd- en halsspieren (kauw-, mimische en keelspieren)